| Expositie:
"Derk Sibolt's poëzie verbeeld"
3 november t/m
6 januari 2008
De bewoners van
het Oldambt zijn mensen van de korte zin en het kort gesprek.
Zonder poespas en weelderig opsmuk je verhaal doen, zo gaat
het in de regio. Geen land van dichters, zou je zo zeggen.
En toch heeft het gebied verzenmakers voortgebracht. De
bekendste onder hen is wellicht Derk Sibolt Hovinga. De
agrariër uit Oostwold, die zo treffend zijn streek
bezong. Hij zou in oktober 98 jaar zijn geworden. Zou, want
Hovinga leeft niet meer. Zijn
werk leeft wel voort, vooral dankzij het D.S. Hovinga-fonds.
Dit fonds wordt bestuurd door familieleden, geeft Hovinga's
gedichten opnieuw uit en subsidieert andere Groningstalige
uitingen van cultuur.
Hovinga
was in de eerste plaats een natuurdichter, die dicht bij
de natuur stond. Als boer was hij zeer gehecht aan zijn
geboortegrond, het Oldambt. Geen wonder dat de uitgestrekte
heerden, weerbarstige Dollardklei, de sombere najaarsluchten,
maar ook het verfrissende voorjaar zijn inspiratiebron vormden.
Ieder jaar ervoor hij het voorjaar weer als een adembenemend
mysterie. Dood en leven lagen in elkaars verlengde.
Dood
en leven
Zo
as de bomen in de winter
Noakt
en graauw van stam aal stoan
-'t
woater drupt van natte takken-;
Graauwe
wolken deur de locht hen goan,
Zo
is in mie ook wel duuster
Aal
mien denken en mien haart
En
barst mien zwoare kop hoast
En
zai ‘k ales even zwaart.
Willy Molendijk-
Marsum absis
Zo
als leite in koale bomen
't
Sloapend leven den weer wekt
En
oet ale jonge knoppen
't
Neie blad noar boeten brekt,
Loat
zo in mie, levenszun,
't
Neie leven ook weer gruien,
Hoal
ook oet mien olle stam
Neie
bloumen, loat ze bluien.
volgende
pagina
|